Lost and found

It is almost a law of nature: if you embark on a long journey, you are bound to loose things. This is especially true when you are travelling with kids and lots of baggage, as we are. There’s just too many opportunities to loose things.

First to go and still unfound, unfortunately, was Noëlles paper (this has to be added, nowadays – so that you don’t think that we misplace small laptops) notebook containing many memories from previous travels, including our honeymoon and the waterbuffalo incident. It’s probably still under the bed of the Symphony Hotel in Hanoi, but it hasn’t been found there. It may just have got lost in Sapa, or in the train between both places. Or wherever.

The second thing we lost was even more precious: Kims bag containing her dearest cuddly toy. This lilac mini backpack was last seen in the back of the taxi that dropped us off at Hue train station for the night train back to Vietnam, but somehow didn’t reach the waiting room with us. Of course the taxi had already left. Due to a chain of very, very lucky events, including Patrick remembering the name of the taxi company and the time of dropoff and the fact that the only Vietnamese person in the railway station who had a decent understanding of English overheard our conversation with the Information Desk at the railway station, and that this helpful Vietnamese woman arranged for the taxi company to drop off the precious bag just before our train left.

The third time we desperately needed the help and blessing of the grandma’s of our children – and as it turned out of some very helpful and friendly locals – was when our dearest loss so far came upon us. It started with a very chaotic hunt for a free taxi that was big enough for the four or us and our luggage in the rush hour of Bangkok traffic. We ended up having to take two tuktuks that took full advantage of our vulnerable position by charging an absurd sum of bahts for what evolved as a death ride in the fumes of the packed streets of Bangkok.

We were still counting if all our limbs and pieces of luggage had survived this memorable ride when Patrick eyes lit up with sheer panic: his hat. His Tilley Hat, a present from Noëlle at one of the first weekend outings together, and our travel companion on every trip to the nearby and far corners of the earth ever since, was not with us. Being the favourite toy of the children on long waits for new journeys, it had been left in the Bangkok Lamphu Tree Hotel lobby, somewhere under a chair, overlooked due to the stress of getting all our things together and find a taxi.

There was no way we were going to challenge the Bangkok rush hour again and retrieve the dear hat. So there was not much more to do than send an e-mail to the hotel and hope for the best.

After the eventful and thus reported Bangkok – Ko Lanta transfer, we got word from the Lamphu Tree Hotel. Yes, the hat had been found. But instead of giving a straight answer (For We Are Thai, And Thai Never Give A Direct Answer When That Answer Would Have To Be ‘No’) to our question if the hat could be sent to Ko Lanta (using the 1000 baht in the secret compartment of the hat – which existence we would reveal as soon as the ‘affirmative’ would have come through), the hotel kept promising us to keep the hat until our next visit to Bangkok.

Since our itinerary only includes southward bound journeys until at least the beginning of January, we checked our list of friends-and-acquaintances on current and planned stays in Bangkok, and started to arrange things that way. Still with only a faint hope to welcome our dear Tilley Hat amidst our party within the foreseeable future.

After a few days of mourning, we were approached at the breakfast table of our Ko Lanta resort. The Lamphu Tree Hotel had apparently discovered the not-so-secret-after-all-compartment in the hat and its contents, and asked humble permission to use it to send the hat to Ko Lanta.

And thus our dear Sixth Member of the Family (with all due respect, but the hat comes after the cat – and not just beacause of the alphabetical order) found its way back to its rightful owner.

Not more than half an hour ago we received this:


Inside the hat were 600 baht. I think we need to adjust the Thailand score once more….

Flappen

Ruim 600 Thaise baht moesten we vandaag afrekenen in de 7-11 op de hoek – zo’n €15. Dus ik haal een flap van 1000 tevoorschijn. Geleerd uit de Reisgids voor Moeilijke Landen van Jelle Brandt Corstius: ‘maak grote coupures zo snel mogelijk klein’ Ik overhandig dus het biljet van 1000, maar de dame achter de kassa kijkt ineens diep ongelukkig en schudt met haar hoofd. Ze neemt het biljet niet aan.

Wat is er, vraagt P van achter me. ‘Ze heeft volgens mij niet terug van 1000′, leg ik uit. Tja, dat is dan niet anders, want ik heb geen 600 meer in kleine coupures. Bovendien: wat is dat nu voor een onzin, niet terughebben van 1000?

Ik leg uit dat ik niets anders heb. Nog steeds neemt ze het biljet niet aan. Ze wijst naar buiten, naar de ATM. Maar ik ga echt niet pinnen voor zoiets stoms als geen wisselgeld.

We besluiten te blijven staan tot ze het biljet kan wisselen.

Ik laat haar de inhoud van m’n portemonnee zien om aan te tonen dat ik het echt niet kleiner heb. Triomfantelijk trekt ze een van de andere 1000-biljetten tussen de stapel uit, en opent met een lach de kassa. Oh, is die dan wel goed?

Ja, die is wel goed. Ik kijk nog eens goed naar het biljet waarmee ik geprobeerd heb te betalen. 1000 Vietnamese dong – oftewel zo’n €0,04.

Oeps.

Location:Ko Lanta, Thailand

Hang Du Lich

De straten van het Old Quarter in Hanoi zijn vrijwel niet meer dan een aaneenschakeling van ontelbare winkeltjes, afgewisseld met entrees van luxe en minder luxe pijpenla-hotels en toeristenrestaurantjes (de gemiddelde Vietnamees eet z’n Pho namelijk gewoon op straat). Wonen gebeurt vanaf de eerste verdieping (oh nee, vanaf de tweede verdieping. In Vietnam noemen ze de begane grond de eerste verdieping. Dat was vooral wennen in het hotel in Hue dat langs de rivier stond, en waar ze onder de begane grond nóg een verdieping hadden, die steevast Ground Floor werd genoemd) en hoger.

De winkeltjes zijn van het kaliber dat iedereen die ooit een toeristisch gebied heeft bezocht in Zuidoost-Azië kent als z’n broekzak: pijpenlaatjes volgestouwd met spullen waar alleen farangs hun geld aan uit willen geven, zoals de zéér genuine The North Face daypack die ik hier voor 80.000 dong kocht (zo’n 4 USD), en waarvan de rits al na 2 dagen kapot was. Een taxichauffeur wees ons op de kapotte rits, en wij zeiden alleen maar: ‘bought in Hanoi’. Een brede grijns en begrijpende knik was het antwoord.

Maar in Hanoi is iets typisch aan de hand met deze winkeltjes. Op onze eerste wandeling door Hanoi vroegen we ons al af waarom ze in de straat van ons hotel alleen brommerreparatiewinkeltjes hadden, terwijl we die in de rest van het Old Quarter nergens anders zagen.

Toen we vervolgens een straat doorliepen waar ze alleen winkeltjes met verse fruitsapjes hadden, een met alleen speelgoed en vervolgens een met alleen koffers en tassen, begon er iets te dagen. De Lonely Planet bracht definiteve duidelijkheid: dit blijkt een soort erfenis van de ‘olden days’, waarin de gildes zich zó strak per straat organiseerden en vestigden, dan de straten ernaar werden vernoemd. Snedig merkte de LP ook op dat de overeenkomst tussen de straatnaam en het belangrijkste koopwaar in die straat tegenwoordig ver is te zoeken, en dat als dat wel zo zou moeten zijn, het merendeel ervan dan ‘ Hang Du Lich’ oftewel Tourist Street zou moeten heten.

Op zich is deze thematische indeling van straten helemaal niet zo’n slecht idee. Voor ons leverde dat in het ‘Speelgoedkwartier’, ‘Lelijke Juwelenstraat’ en vooral de ‘IJzerbeslagbuurt’, met winkel aan winkel aan winkel met deurklinken, sloten, sleutels (inclusief het inbrekersgereedschap wat in Nederland volgens mij verboden is om zo te verkopen) en scharnieren ook nog best een heel leuk beeld op. Maar toen we ons gisteren blauw hebben gezocht naar het ‘Ductapekwartier’ ten einde onze koffer te repareren, maar dat blijkbaar kilometers is verwijderd van de ‘Schoenenbuurt’ waar ons hotel staat, en wij vooralsnog geen plattegrond gevonden hebben waarin de straten van Hanoi werden aangegeven met hun hoofdkoopwaar, werden de keerzijden van het themaconcept ons ineens veel duidelijker. We moeten in Bangkok maar even langs de Plakbandgigant, dan…


Ons hotel staat duidelijk in de Schoenenbuurt, om de hoek van het Tassenkwartier.

Location:Hanoi – Bangkok

Aircon as a status symbol

In East-European countries and Russian republic it is apparently a status symbol if you can turn up your central heating system up to ‘ boiling hot’, when outside icicles as big as Roman pillars grow from the rain gutter. I came to experience that in Southeast Asia it’s the other way round: when outside it’s too hot for even the cicades to chirp, the aircon is set to somewhere between 16 and 18 ˚C. I remember a train trip from Kuala Lumpur to Singapore once, when inside the train it was so cold that every passenger had to wrap himself into coats, towels and every long sleeved and legged piece of clothing they had in their luggage to keep warm. Outside, it was 34 ˚C.

I realise now that it’s not like that all over Southeast Asia – it’s mainly in Malaysia and Singapore that your importance and wealth is measured by how low you dare to set the temperature in whatever it is that you direct the temperature of. To my utter relief the Vietnamese seem to have chosen the number of times you can honk the horn of your motorbike and/or car in one minute as a way to express the status they think they deserve (after all, it is a communist based society, so the Vietnamese make out their own status), instead of the settings of their aircon. That saves us having to remember to pack a considerable pile of warm winter woolies every time we set foot in a train or bus. I hope we won’t forget that We Are Not In Vietnam Any More once we take the overnight train from KL to Singapore again, at the end of November.


However, as a far too spoilt Westener that has no experience whatsoever with living in a country where people don’t go ‘wow!’ and wipe our brows every other minute when the outside temperature rises to the level that we just don’t feel ridiculous any more to plug in the electric fan, I of course do have something to complain about the aircon in the overnight trains in Vietnam. I’ve been in three now, and in every single one of them, the temperature in our carriage started off at varied 18 ˚C, rose to somewhat 25, plummeted back to 18 again, and settles finally, a few hours before waking up, at a quite comfortable 23.

Tomorrow, we’ll be ont the night train from Hue to Hanoi, and at the end of next week in the night train from Bangkok to the south of Thailand. We will keep you informed about our temperature adventures.

Location:Hue

Het is weer geen weer. Of wel?

Les 1 voor mensen zoals Noëlle wiens vakantiehumeur voor een belangrijk deel wordt bepaald door het weer op de vakantiebestemming (al neemt dat effect wel af naarmate de vakantie langer duurt): geen weerbericht zo onbetrouwbaar als dat in Zuidoost-Azië in het regenseizoen. Een voorbeeldje. Als het aan de weersvoorspellingen van zo’n 5 websites had gelegen, hadden we de afgelopen 5 dagen in Hoi An elke avond de plassen op moeten dweilen uit onze doornatgeregende kleding. De praktijk: de zonnebrandcrème was niet aan te slepen, en Patrick is nu nog de rode plekken onder z’n borsthaartapijt aan het aftersunnen (resultaat van een halfuurtje zwemmen en nogal nonchalant insmeren).

Les 2: Stem dus NOOIT je reisschema volledig af op kortetermijnvoorspellingen. D’r zaten gisteren een paar Duitsers in ons hotel die in Hoi An aankwamen op een regenachtige dag. De weersvoorspelling: in Hoi An blijft het regenen tot er over een paar dagen weer een tyfoon aankomt, maar in het zuiden van Vietnam is en blijft het zonnig. Dus boekten ze vliegtickets voor meteen van Hoi An naar Saigon. Ze vertrokken uit Hoi An bij een strakblauwe lucht, met 35 graden op de thermometer. De dagen erna viel er geen spat regen in Hoi An. Die viel wel in Saigon en omgeving. Vanmorgen sloeg het weer om in Hoi An. Vanavond zouden ze weer deze kant op komen. Ik bedoel maar.

Toen we in de nachttrein in de richting van Hoi An zaten, las ik in de reisgids dat het regenseizoen valt in oktober en november. Beetje laat om terug te keren, dus we haalden de schouders op en hoopten er maar het beste van. Afgelopen zaterdag stonden we in een ‘old family house’ in het historische centrum van Hoi An. Krijtstreepjes op de muur gaven aan tot hoe hoog het water was gekomen van de rivier buiten haar oevers was getreden door de vele regen die er was gevallen. Bij alle streepjes stond een datum. De jaren verschilden, maar de maand was zonder uitzondering november. Een paar ogenblikken later stapten we naar buiten, de bloedhete, strakblauwe buitenlucht tegemoet.

Soms heb je mazzel, soms niet. In Hanoi moesten we kiezen: gaan we eerst naar Halong Bay en dan naar Sapa, of doen we het andersom. We besloten eerst naar Halong Bay te gaan. Zowel in Halong Bay als in Sapa was het weer prachtig en warm. Toen we na Sapa weer voor een dagje teruggingen naar Hanoi, regende het daar de hele dag. De uitloop van een tyfoon, werd ons verteld in het hotel. De tyfoon was van het noorden naar het zuiden getrokken. Toen we in Halong Bay zaten, passeerde hij Sapa, daarna trok hij naar Halong Bay. Op onze regenachtige dag in Hanoi en de dag ervoor waren alle tours naar Halong Bay afgelast wegens het slechte weer. We houden het er maar op dat onze moeders even het beste met ons voor hadden. Ik hoop dat ze dat nog steeds hebben…

Location:Van Hoi An naar Hue

Waarom het belangrijk is je overleden patriach te eren, en iets over garnalen

Leuk, die kookcursussen! Fantastische recepten leerden we er, maar ook:


– Hoe je aan ongekookte garnalen kunt zien of ze eerder zijn ingevroren of niet: als ze helemaal helder zijn dan niet, zijn ze cloudy/troebelwit, dan wel. Hoe troebeler, des te langer ze in de vriezer hebben gelegen. De Vietnamese van mijn cursus pakte er een uit de mand die volgens haar kakelvers was. Toen de garnaal ineens met z’n snorharen begon te zwaaien en zelf terug in de mand sprong, wisten we dat ze gelijk had.

– Dat je voor gefrituurde loempia’s ander rijstpapier moet gebruiken dan voor gestoomde of rauwe.

– Hoe gladder de huid van een sinaasappel, des te zoeter hij is (maar ze vertelde er niet bij of dat alleen voor Vietnamese sinaasappels geldt).

– Dat de kleine limoentjes (zo groot als een forse knikker) hier zo veel gebruikt worden uit pure zuinigheid: je hebt voor de meeste gerechten niet meer nodig dan het sap van één exemplaar, dus als je een grotere limoen zou gebruiken, blijf je met een hele hoop ongebruikt limoensap zitten.

– Dat je om 8 uur ’s ochtends al te laat bent om op de markt vis te kopen.

– Dat je kunt zien of een Vietnamese vleesverkoper je voor vol aanziet. Zo niet, dan probeert hij/zij je namelijk oud, taai buffelvlees te verkopen als je om rundvlees vraagt. Gelukkig is rauw buffelvlees makkelijk te herkennen: het is veel donkerder dan koeienvlees.

– Dat je, als je verstandig bent, niet vergeet om jaarlijks je overleden (o)pa te eren op zijn sterfdag. Doe je het niet of te laat, dan komt z’n geest namelijk onherroepelijk verhaal halen en dat blijven doen tot aan zijn volgende sterfdag het jaar erop. Het meisje dat op een paar meter afstand van de ‘rice milk mill’ die aan ons gedemonstreerd werd, werd afgeranseld (mwoh… aangeraakt…) met wierrookstokjes en door zeven familieleden aan een stuk door werd toegepreveld, was dat volgens onze gids vergeten, en moest op de beschreven manier worden verlost van haar kwelgeestende opa.

O ja, en in het recept stond tapiocapoeder, maar Patrick kreeg toch echt een grote zak MSG (natriumglutamaat) mee…

Dat we het maar weten, mensen!

Location:Hoi An

The garbage can that is called Halong Bay

Just one thing in addition to yesterday’s blog entry: what happens in the mind of the first soul that decided that a stunningly beautiful bay that attracts millions of tourists is a mighty swell place to empty their garbage can into?

I can’t believe the tonnes and tonnes of garbage that floated past in the most visited parts of Halong Bay. I started to collect some at the quiet beach we had our sunset swim in, but it was just no use: everytime I picked up a discarded plastic bag, another one came floating by.

But there might be hope: our boat actually sailed back to pick up an accidentally dropped Pringles-can. Now if everybody does that… *sigh*.

Location:Sapa

The Halong Bay Way

Geen idee of het altijd zo gaat in Halong Bay, maar wij vonden het in elk geval erg opmerkelijk.

Tuf je met een groep van 22 man naar Halong Bay, ga je lekker eten, zwemmen en kayakken met z’n allen tussen de schitterende krijtrotsformaties in de baai, blijkt ineens in de namiddag dat er twee mensen zijn verdwenen van de boot. En dat niet alleen: er zitten ineens twee nieuwen op de boot die er daarvoor niet waren, maar op hun dooie akkertje over het dek kuieren en in het zonnetje gaan zitten. Wat is er gebeurd? Zijn de twee verdwenenen uitgewisseld? Hebben die nieuwen zelf ook niet door dat ze in een ander gezelschap zijn dan eerder die dag?

Hoe dan ook, de boot keert terug naar de kayakplek, maar de twee blijven weg. En dan vertrekken we weer en gaan doodleuk in de zonsondergang zwemmen.

En net als de zon achter de krijtrotsen verdwijnt, raast er ineens een speedboat voorbij. Twee mensen op de boot zwaaien. Het zijn de vermiste Singapurians. Fijn dat ze terugzijn, maar de nieuwen zijn er ook nog steeds. We besluiten om het maar te houden op een Halong Bay Mystery.

En zou het ook typisch Halong Bay’s zijn dat je in een Halong Bay Pearl Farm een versgekweekte parel uit een oester pincet, en dat hij dan bij het bekijken uit de handen van een van de toeristen valt en bijna in de kieren tussen de planken van de gammele vloer van de drijvende parelfarm terug in zee dondert, maar nog net gered kan worden door een welgemikte stamp van de slipper van degene die hem liet vallen?

Hoort het er ook bij dat je degene die een foto gemaakt heeft van jou met je dochter in je zwemvest in de kayak om te mailen, maar vergeten is om jou haar e-mailadres te geven, 24 uur later weer tegenkomt in de stomende straten van eeuwig druk Hanoi?

Geen idee, maar it happened in Halong Bay. With us.


Enne, even voor degenen die ons blog puur voor de reisinfo in de gaten houden: over anderhalfuur vertrekken we naar het station voor de nachttrein naar Sapa in het noorden. In de loop van zondag (maar dan slapen jullie nog!) zijn we dan weer terug in Hanoi, en maandagavond gaan we dan weer met de nachttrein naar Danang / Hoi An (wat eigenlijk dus gewoon Hanoi is, maar dan met de letters in een andere volgorde…).

Tot in Hanoi of Hoi An – in welke lettervolgorde dan ook!

Location:Hanoi – net weer en nog net

Oohh, what cute little boy! May I take picture?

Matthijs is er geloof ik wel klaar mee. Met die honderden (echt!) vrouwen die hem tot nu toe hebben gevraagd of ze met hem op de foto mogen. Een keer heeft hij er een ijsje als beloning uit weten te slepen, maar de rest van de tijd kruipt hij liever weg voor al die ongevraagde belangstelling.

Kim trekt ook bekijks, maar die zit hoog en droog in de rugdrager. Wie een foto met haar wil, zal die ouwe knar van haar pa of moe er ook op moeten zetten, en dat maakt het al een stuk minder aantrekkelijk. Ze krijgt daarentegen wel heel veel wangenknijpjes. En in het Water Puppet Theatre had Kim net zo veel belangstelling van de prachtige dames achter de microfoons en instrumenten als zij had voor hen. Goeie ruil, dus!

En ook bij ons draait het bijna de hele dag om de kinderen. Moeten ze eten, drinken, uitrusten? Kim kan, als ze wil, als een roos slapen in de rugdrager (de buggy ligt werkeloos in de badkamer van het hotel sinds we in Hanoi zitten – absoluut onbruikbaar hier), en is een ster in het nemen van powernapjes: een kwartiertje pitten, en ze kan er weer helemaal tegen. Met Matthijs is het andere koek, maar die is dan weer vrij makkelijk te paaien met een ijsje en het wijzen op de duizenden eigenaardigheden die dagelijks aan hem voorbijtrekken in het Hanoise straatleven.

Dus eigenlijk valt het allemaal wel mee. Eten gaat goed: Matthijs is gek op de soepen hier, en Kim heeft een reuzelol met noedels, schuift moeiteloos de goedgevulde rijstloempia’s naar binnen, en knaagt met meer belangstelling dan succes aan alles wat op onze borden ligt – inclusief de chilisaus… Drinken is ook iets om goed in de gaten te houden in de 34 graden van Hanoi. Maar ook dat lukt goed: Kim drinkt alles waar vruchtensap in zit, en Matthijs alles wat koud is.

En wij? Ach, tussen de bedrijven door komen wij ook uitstekend aan onze trekken. En eerlijk is eerlijk: wij slepen de kinderen mee, want die zijn net zo blij als ze op de hotelkamer de boel op stelten kunnen zetten. Al keken ze wel hun ogen uit in het poppentheater en vond Matthijs de 1000 jaar oude boeddhistische tempel die we vandaag bezochten ook erg mooi – vooral toen hij wierook mocht branden.

En eerlijk is eerlijk: wij vinden het ook geen straf om op de heetste uren van de dag weer effe te relaxen in een koele hotelkamer terwijl de kinderen bijslapen.

Vanaf morgen hoeft Matthijs 3 dagen lang nauwelijks te lopen, want dan zitten we op een boot op de wateren van Halong Bay. Benieuwd hoe dat bevalt.

Kortom: het bevalt ons alle vier wel hier. Alleen zou Matthijs graag wat minder en wat ongestoorder willen rondlopen…


[Typische pose van Matthijs hier: volledig wegkijken en -kruipen. Gelijk heeft-ie.]

Location:Hanoi