Leenwoorden

Patrick mag van mij niet zeggen dat we in Indonesië zitten. We zitten op Bali. Da’s iets fundamenteel anders dan [andere eilanden van] Indonesië. Vind ik. Voel ik. Ofzo. Het is dat er nog behoorlijk traditionele gebouwen tussen de toeristenshops in Kuta staan, en dat er niet zo veel tattoo-Britten hier rondlopen, maar anders had het net zo goed Tenerife kunnen zijn, hier. En ik heb het idee dat we alle niet-Balinezen, en zeker alle mensen die niet binnen een straal van 10 kilometer van Kuta/Denpasar wonen, er moeite mee zouden hebben als we zouden beweren dat we nu in Indonesië zitten. Net zo min als dat je in Benidorm kunt zeggen dat je in Spanje zit.

Maar hoe je het nu ook noemt waar we hier zitten, feit is dat ze hier toch echt Indonesisch spreken – voor zover er zoiets bestaat als ‘het’ Indonesisch.

Inmiddels hebben we vrij uitgebreid in Maleisië rondgetourd, en zijn op allerlei manieren in aanraking gekomen met het Maleisisch – of hoe de officieuze ‘burgertaal’ daar dan ook mag heten. En omdat de woorden op Maleise menukaarten zeer herkenbaar overeenkwamen met wat we al járen van de Conimex-potjes en Kokkie Djawa-zakjes hebben opgestoken, dachten we altijd dat er niet zo gek veel verschil zat tussen wat er in Maleisië en wat er in Indonesië op straat wordt gesproken.

Maar al na drie dagen Bali wordt pijnlijk duidelijk hoe we ernaast zaten. Oké, de menukaarten zijn net zo gesneden koek voor Daging Rendang-fans en fervente tokobezoekers als wij als in Maleisië, maar de taal op straat is écht anders.

De achtergrond van dat verschil zit hem waarschijnlijk in welke Europeanen (ja Britten, jullie zijn ook gewoon Europeanen…) in de twee verschillende landen de dienst uitmaakten tot voor driekwart eeuw geleden: een taxi heet in Maleisië ‘Teksi’, terwijl hier ‘Taksi’ op de auto’s staat. De sterke arm der wet noemt zich in Maleisië ‘Polis’, en hier ‘Polisi’. De meeste Nederlandse ‘-tie’-woorden zie je hier trouwens terug als ‘-si’: kondisi, oposisi, operasi, produksi, informasi, etc.

Maar wat ons het meeste opviel en ook wel verbaasde, was het enorme aantal Nederlandse leenwoorden dat je hier ziet – een fenomeen dat duidelijk ontbrak in Maleisië c.q. het Maleis: dokter, kanker, kanto(o)r, en, jawel, ook op de menukaart: saus en zelfs rijsttafel! Hebben de Nederlanders tenminste ook nog iets achtergelaten waarvoor we ons niet hoeven te schamen…

Ons leenwoordenonderzoek verschaft ons in elk geval zo veel plezier dat we het van harte voortzetten. Benieuwd wat het nog meer oplevert.

Enne… is er al iemand onder de lezers die ons kan helpen met ons verzoek op onze tumblr-site http://dersjant.tumblr.com om bijstand van een pisang expert? Dank, alvast!

Location:Kuta, Bali

Op de kleintjes

Arme Australische ouders met een middenstandsbaan!

Net als alle andere Westerse landen behalve Nederland en misschien België, staat heel Australië (of in elk geval het deel dat wij tot nu toe hebben gezien) in het teken van Kerstmis. En kerstkado’s dus. En kersteten. (nb, wel aardig: terwijl hier de mussen van het dak vallen in de Melburnian zomerhitte speelt de buurman zeer enthousiast en luid ‘Jingle Bells’ – het blijft een rare gewaarwording…)

En aangezien we in een suburbian woning zitten waar de Australische versie van de ‘nee – nee’-sticker op de brievenbus vakkundig genegeerd wordt door de kerstfoldersrondbrengers, krijgen we hier een aardig idee van wat het kopen van kerstkado’s hier zo ongeveer inhoudt.

Volgens de Australische tv is een iPhone 5 en een iPad (al dan niet de mini) het meestgewilde kerstkado. Duur, denken jullie? Mwoh. Als je een kerstsok wil vullen met 10 kerstkadootjes voor kinderen (snoep en speelgoed) kom je qua kosten al behoorlijk in de richting van de elektronica met een i ervoor.

We hebben ons de afgelopen 1,5 week behoorlijk zitten verbazen over wat hier de spullen kosten. Nu valt elektronica toevallig wel weer mee, maar speelgoed is hier echt een luxegoed. Wat je hier voor onder een tientje bij het Kruidvat koopt, kost hier al snel een dollar of 30. Met ruim 80 eurocent voor een dollar (nb: in 2009 was het nog een kleine 60 eurocent voor een dollar…) tikt dat toch behoorlijk snel aan.


En het is niet alleen speelgoed. In de supermarkt lopen we ook met grote ogen en de telefoon op calculatorstand rond, want bijna niets kost hier minder dan een dollar. Oké, vlees is hier goedkoper dan in Nederland, maar bij de meeste alledaagse boodschappen is het enorm oppassen geblazen. Zuivel is een groot goed, met makkelijk 4 dollar voor 2 liter melk. Het goedkoopste brood bij de afbakafdeling is AUS$2,50, de meeste kosten tussen de 3 en 5 dollar. Bij de bakker beginnen ze pas te tellen bij $3,50.

Bij biologische producten en alle producten op boerenmarkten die producten direct van de boerderij halen zonder tussenhandel gaat de teller echt hard lopen. 8 dollar voor een pot jam is heel gewoon, en brood komt daar niet goedkoper dan $6,50 voor een kleine ‘loaf’.

En als je geen geheelonthouder bent, dan word je het hier wel. Voor een pint Fat Yak wilden ze gisteravond $10,20 hebben. Een ordinaire ‘stubbie’ (een blikje van 30 cl) Melbourne Bitter kost, tenzij je ze in een 24-pack koopt, $3,30. Als je echt goede Australische wijn vindt voor onder de $15, dan kun je er maar beter meteen flink van inslaan. Bij een wine estate vind je überhaupt niets van onder de $20 per fles.

En rokers? Die mogen $18 neertellen voor een pakje van 25 b-merksigaretten.

Het gemiddelde maandinkomen is hier in dollars niets hoger dan in euro’s bij ons.

Het wordt ons ineens duidelijk waarom er zo ontzettend veel Australische woningen staan op www.homeexchange.com, via wie wij ons huidige stekje hebben gevonden. Nou ja, ons gelukje, denk ik maar. Anders weet ik niet of we zo snel iemand hadden gevonden om in het holst van de Hollandse winter (qua weer dan) hun zonnige Melburnian suburb te verruilen voor een middenstandswoninkje in Rijswijk…

Location:Yallambie (Greensborough), Melbourne, Australia

Country #5

We’re sooooo tired, so we’re summing the last few days up by naming a couple of facts that struck us.


– Flying from Singapore (30 ˚C) to Melbourne (38 ˚C 2 days ago), apparently inspired the cabin crew to play Sinatra’s ‘Let it snow, let it snow, let it snow’ in the plane. And to put up some naff X-mas decorations.

– In our incredibly luxurious and roomy hotel in Singapore (Orchid Country Club) the only not so luxurious and even narrow thing was… the bed. And wifi cost dearly.

– When you’re 1,5 years old, and your parents let you choose a cuddly proboscis monkey toy in the Singapore Zoo shop, the best place to grab it and never let go is its nose.

– 11 pm is not a good time to visit Changi’s marvellous butterfly garden – as we realised when we saw all the butterflies fast asleep with folded wings when we got there.

– Changi’s got +10 from Matt & Kim for playing areas. Many tears were shed when we dragged them to the gate.

– Don’t go looking for Aldi’s in Melbourne in the Aldi Shop Finder. We passed 3 on our way to the ‘most nearby’ this afternoon.

– The Hague is not the only place where the wind can blow ferociously, we realise as we speak, huddled in Nick & Katrina’s cosy bedroom in Melbourne.

– 10 pm is not a good time for a sleep deprived person to work on their blog. So… goodnight and see you later!

Location:Melbourne, Australia

Flappen

Ruim 600 Thaise baht moesten we vandaag afrekenen in de 7-11 op de hoek – zo’n €15. Dus ik haal een flap van 1000 tevoorschijn. Geleerd uit de Reisgids voor Moeilijke Landen van Jelle Brandt Corstius: ‘maak grote coupures zo snel mogelijk klein’ Ik overhandig dus het biljet van 1000, maar de dame achter de kassa kijkt ineens diep ongelukkig en schudt met haar hoofd. Ze neemt het biljet niet aan.

Wat is er, vraagt P van achter me. ‘Ze heeft volgens mij niet terug van 1000′, leg ik uit. Tja, dat is dan niet anders, want ik heb geen 600 meer in kleine coupures. Bovendien: wat is dat nu voor een onzin, niet terughebben van 1000?

Ik leg uit dat ik niets anders heb. Nog steeds neemt ze het biljet niet aan. Ze wijst naar buiten, naar de ATM. Maar ik ga echt niet pinnen voor zoiets stoms als geen wisselgeld.

We besluiten te blijven staan tot ze het biljet kan wisselen.

Ik laat haar de inhoud van m’n portemonnee zien om aan te tonen dat ik het echt niet kleiner heb. Triomfantelijk trekt ze een van de andere 1000-biljetten tussen de stapel uit, en opent met een lach de kassa. Oh, is die dan wel goed?

Ja, die is wel goed. Ik kijk nog eens goed naar het biljet waarmee ik geprobeerd heb te betalen. 1000 Vietnamese dong – oftewel zo’n €0,04.

Oeps.

Location:Ko Lanta, Thailand

Hang Du Lich

De straten van het Old Quarter in Hanoi zijn vrijwel niet meer dan een aaneenschakeling van ontelbare winkeltjes, afgewisseld met entrees van luxe en minder luxe pijpenla-hotels en toeristenrestaurantjes (de gemiddelde Vietnamees eet z’n Pho namelijk gewoon op straat). Wonen gebeurt vanaf de eerste verdieping (oh nee, vanaf de tweede verdieping. In Vietnam noemen ze de begane grond de eerste verdieping. Dat was vooral wennen in het hotel in Hue dat langs de rivier stond, en waar ze onder de begane grond nóg een verdieping hadden, die steevast Ground Floor werd genoemd) en hoger.

De winkeltjes zijn van het kaliber dat iedereen die ooit een toeristisch gebied heeft bezocht in Zuidoost-Azië kent als z’n broekzak: pijpenlaatjes volgestouwd met spullen waar alleen farangs hun geld aan uit willen geven, zoals de zéér genuine The North Face daypack die ik hier voor 80.000 dong kocht (zo’n 4 USD), en waarvan de rits al na 2 dagen kapot was. Een taxichauffeur wees ons op de kapotte rits, en wij zeiden alleen maar: ‘bought in Hanoi’. Een brede grijns en begrijpende knik was het antwoord.

Maar in Hanoi is iets typisch aan de hand met deze winkeltjes. Op onze eerste wandeling door Hanoi vroegen we ons al af waarom ze in de straat van ons hotel alleen brommerreparatiewinkeltjes hadden, terwijl we die in de rest van het Old Quarter nergens anders zagen.

Toen we vervolgens een straat doorliepen waar ze alleen winkeltjes met verse fruitsapjes hadden, een met alleen speelgoed en vervolgens een met alleen koffers en tassen, begon er iets te dagen. De Lonely Planet bracht definiteve duidelijkheid: dit blijkt een soort erfenis van de ‘olden days’, waarin de gildes zich zó strak per straat organiseerden en vestigden, dan de straten ernaar werden vernoemd. Snedig merkte de LP ook op dat de overeenkomst tussen de straatnaam en het belangrijkste koopwaar in die straat tegenwoordig ver is te zoeken, en dat als dat wel zo zou moeten zijn, het merendeel ervan dan ‘ Hang Du Lich’ oftewel Tourist Street zou moeten heten.

Op zich is deze thematische indeling van straten helemaal niet zo’n slecht idee. Voor ons leverde dat in het ‘Speelgoedkwartier’, ‘Lelijke Juwelenstraat’ en vooral de ‘IJzerbeslagbuurt’, met winkel aan winkel aan winkel met deurklinken, sloten, sleutels (inclusief het inbrekersgereedschap wat in Nederland volgens mij verboden is om zo te verkopen) en scharnieren ook nog best een heel leuk beeld op. Maar toen we ons gisteren blauw hebben gezocht naar het ‘Ductapekwartier’ ten einde onze koffer te repareren, maar dat blijkbaar kilometers is verwijderd van de ‘Schoenenbuurt’ waar ons hotel staat, en wij vooralsnog geen plattegrond gevonden hebben waarin de straten van Hanoi werden aangegeven met hun hoofdkoopwaar, werden de keerzijden van het themaconcept ons ineens veel duidelijker. We moeten in Bangkok maar even langs de Plakbandgigant, dan…


Ons hotel staat duidelijk in de Schoenenbuurt, om de hoek van het Tassenkwartier.

Location:Hanoi – Bangkok