Reizen in Thailand

Bangkok zelf, of hoe Noëlle zich het herrinnert, mag dan fors veranderd zijn in de afgelopen 10 jaar, maar de manier van reizen-voor-farangs-in-Thailand is dat zeker niet.

Hence onze reis van Bangkok naar Koh Lanta. Ineens wist Noëlle weer waarom ze zo’n naar onderbuikgevoel kreeg toen Patrick aangaf dat er vanaf het treinstation nog een stuk met de bus naar Koh Lanta gereisd moest worden.

Zoals verwacht ging de treinreis uitstekend en zeer voorspoedig. De ellende begon toen we in Surat Thani moesten overstappen op een bus die ons naar Krabi zou brengen.

Want ken je die van die bus die naar Krabi zou gaan? Die ging niet! In elk geval niet in één keer.

De eerste aftandse bus, op het station van Surat Thani, werd volledig volgeladen: tot in het gangpad waar mensen moesten staan. De hele weg naar Krabi? Neen. Tot aan het totaal uitgeleefde hoofdkwartier van de vervoerder. Daar werd iedereen uitgeladen.

In groepjes, ingedeeld op eindbestemming, vertrok iedereen na verloop van tijd. Sommigen in een pickuptruck, anderen in een minibus. Wij niet. Wij zouden met een grote groep een grote bus krijgen. Maar die kwam niet – in elk geval zeker niet binnen de 20 beloofde minuten.

De enige grote bus die er stond, vertrok helemaal leeg. Kapot, zo werd ons niet verteld, maar moesten we zelf uitvogelen van een paar snauwen van een vrouw die alleen maar stapels met geld aan het tellen was. De bus zou steeds ‘over een halfuur’ vertrekken.

Na anderhalfuur kwam eindelijk een nieuwe afgeragde bus aankakken. Daar mochten we onze bagage weer allemaal inhijsen. Die bus vertrok, maar stopte na een kwartier weer, omdat een van de farangs in de bus moest pissen. Tja, daar had ze immers net maar anderhalfuur voor gehad.

Reed díe bus naar Krabi? Natuurlijk niet! Die bus reed naar een aftands verzamelpunt een eindje buíten Krabi. We moesten een kwartier wachten, werd ons verteld door de chauffeur die er snel weer vandoor ging.

Drie kwartier later kwam een pickup ons ophalen. Die reed uiteraard niet rechtstreeks door naar de pier in Krabi, maar bracht ons naar yet another verzamelpunt. Wel in Krabi, maar te ver van winkels en de pier om even een boodschap te doen of om zelf naar de pier te kunnen lopen.

Dus maar weer alle bagage uitgeladen. We moesten 10 minuten wachten volgens de pickup driver. Na anderhalfuur waarin steeds nieuwe farangs werden gedropt en heel soms een paar opgehaald voor een bestemming waar wij niet naartoe wilden, kwamen er eindelijk 2 minibusjes (waarvan een voor tweederde al vol met passagiers en bagage) waarin ik weet niet hoeveel wachtenden met hun bagage in moesten voor, jawel, Ko Lanta.

Het arsenaal aan plakkertjes die we toen verzameld hadden om ons steeds in het juiste busje te krijgen, lag toen op 3 per persoon – 6 voor Noëlle omdat Kim’s leukste spelletje was om de plakkers zo snel mogelijk van onze kleding af te peuteren, maar wij als de dood waren om als plakkerlozen helemaal overal geweigerd zouden worden.

Eindelijk kwamen we bij de pier in Krabi. Maar we mochten de bus niet uit. Die bleef in de brandende zon wachten zonder dat we de mogelijkheid kregen eruit te gaan. Na 20 minuten gingen we niet op de boot naar Koh Lanta, maar vertrok de minivan. En reed zo’n anderhalfuur naar het zuiden, om daar met het autoveer naar Ko Lanta te gaan.

In onze minivan zat uiteraard een stomdronken medepassagier die om de haverklap met veel kabaal de van stil liet zetten om een ongelooflijke tijd te gaan pissen. De chauffeur had helaas het lef niet om zonder hem door te rijden.

Eindelijk, eindelijk, eindelijk waren we op het goede deel van Ko Lanta. De uitsmijter: de chauffeur had geen idee waar ons resort was, en probeerde ons bij het verkeerde te droppen.

Daar waren we dan. Bijna 3 uur later dan beloofd was op onze plaats van bestemming.

Het frustrerende is dat het niet eens ligt aan overmacht. Op Borneo brak een bout van het wiel af, waardoor we ingehaald werden door het achterwiel van onze eigen 4×4. Dát is nu overmacht. Maar hier in Thailand is het geen overmacht, maar Thaise ‘efficientie’, namelijk nét zo lang met farangs gaan zitten schuiven en overhevelen tussen verschillende vervoermiddelen dat er maar een stoeltje minder leeg blijft. Uren vertraging? Boeit hen niet! Ze hebben hun poen toch wel binnen.

Was het nu uiteindelijk toch de moeite waard? Oordeel zelf:


Op dit moment is onze gedachte nog: het is wel de moeite, maar lang niet de ergernis waard. Maar goed: we zitten hier gelukkig maar liefst 8 nachten (vergeleken met Vietnam kost dit ons een godsvermogen, maar alla), dus tijd genoeg om die Thaise manier van reizen-met-de-bus-via-een-lokale-touroperator te vergeten. Hopen we.

En naar Hat Yai pakken we een privétaxi. Dan maar decadent.

Voorlopig heeft Patrick als tussenstand uitgeroepen: Vietnam 8, Thailand 1. Misschien 2, na deze avond. Morgen kijken we wel verder hoe de stand zich ontwikkelt.

The garbage can that is called Halong Bay

Just one thing in addition to yesterday’s blog entry: what happens in the mind of the first soul that decided that a stunningly beautiful bay that attracts millions of tourists is a mighty swell place to empty their garbage can into?

I can’t believe the tonnes and tonnes of garbage that floated past in the most visited parts of Halong Bay. I started to collect some at the quiet beach we had our sunset swim in, but it was just no use: everytime I picked up a discarded plastic bag, another one came floating by.

But there might be hope: our boat actually sailed back to pick up an accidentally dropped Pringles-can. Now if everybody does that… *sigh*.

Location:Sapa

The Halong Bay Way

Geen idee of het altijd zo gaat in Halong Bay, maar wij vonden het in elk geval erg opmerkelijk.

Tuf je met een groep van 22 man naar Halong Bay, ga je lekker eten, zwemmen en kayakken met z’n allen tussen de schitterende krijtrotsformaties in de baai, blijkt ineens in de namiddag dat er twee mensen zijn verdwenen van de boot. En dat niet alleen: er zitten ineens twee nieuwen op de boot die er daarvoor niet waren, maar op hun dooie akkertje over het dek kuieren en in het zonnetje gaan zitten. Wat is er gebeurd? Zijn de twee verdwenenen uitgewisseld? Hebben die nieuwen zelf ook niet door dat ze in een ander gezelschap zijn dan eerder die dag?

Hoe dan ook, de boot keert terug naar de kayakplek, maar de twee blijven weg. En dan vertrekken we weer en gaan doodleuk in de zonsondergang zwemmen.

En net als de zon achter de krijtrotsen verdwijnt, raast er ineens een speedboat voorbij. Twee mensen op de boot zwaaien. Het zijn de vermiste Singapurians. Fijn dat ze terugzijn, maar de nieuwen zijn er ook nog steeds. We besluiten om het maar te houden op een Halong Bay Mystery.

En zou het ook typisch Halong Bay’s zijn dat je in een Halong Bay Pearl Farm een versgekweekte parel uit een oester pincet, en dat hij dan bij het bekijken uit de handen van een van de toeristen valt en bijna in de kieren tussen de planken van de gammele vloer van de drijvende parelfarm terug in zee dondert, maar nog net gered kan worden door een welgemikte stamp van de slipper van degene die hem liet vallen?

Hoort het er ook bij dat je degene die een foto gemaakt heeft van jou met je dochter in je zwemvest in de kayak om te mailen, maar vergeten is om jou haar e-mailadres te geven, 24 uur later weer tegenkomt in de stomende straten van eeuwig druk Hanoi?

Geen idee, maar it happened in Halong Bay. With us.


Enne, even voor degenen die ons blog puur voor de reisinfo in de gaten houden: over anderhalfuur vertrekken we naar het station voor de nachttrein naar Sapa in het noorden. In de loop van zondag (maar dan slapen jullie nog!) zijn we dan weer terug in Hanoi, en maandagavond gaan we dan weer met de nachttrein naar Danang / Hoi An (wat eigenlijk dus gewoon Hanoi is, maar dan met de letters in een andere volgorde…).

Tot in Hanoi of Hoi An – in welke lettervolgorde dan ook!

Location:Hanoi – net weer en nog net