Hoe het allemaal begon

Als wij vertellen over onze sabbatical is vaak de vraag ‘Goh, hoe komen jullie erop?’. Misschien is het daarom leuk om daar hier wat meer op in te gaan.

Wij zijn altijd al van de verre reizen geweest. Noëlle is daarin het verst gegaan. Misschien ook omdat ze van de warmte houdt… Maar na onze huwelijksreis naar Maleisië en Borneo is het in ieder geval een goede gewoonte geworden om elke twee, drie jaar in de winter wat langer weg te gaan. Vier tot zes weken is lekker om even zon bij te tanken en te genieten van buitenlandse culturen! En lekker eten, natuurlijk.

Maar goed, met kinderen erbij wordt alles natuurlijk anders. Dachten we. Of: vertelde iedereen ons. Er is zoiets als schoolplicht, en we zijn beiden niet in staat om de wereld rond te zeilen, dus weggaan en zelf les geven vonden en vinden we geen optie. En dus ontstond het idee om nog één keer een winter erop uit te gaan, voordat Matthijs op 28 januari 2013 vijf wordt.

Dus: dat is wat we gaan doen. Alleen: hoe dan?

Grof gezegd zijn er twee obstakels: tijd en geld. Eerst de tijd.

We hebben de ervaring (hoewel dat met vakanties van vier tot zes weken was geldt dat ook voor nóg langer verlof) dat als je het maar vroeg genoeg vraagt, het niet heel moeilijk is om vrij te krijgen. Nu zullen er sectoren en werkgevers zijn waar het moeilijker gaat, maar bij ons is het zo dat als je pakweg een jaar van te voren je leidinggevende inlicht over je wensen en plannen het best bespreekbaar is! Voor het verlof zelf kennen we in Nederland gelukkig genoeg vormen: opgespaarde vakantiedagen, ouderschapsverlof, levensloop, en desnoods onbetaald verlof. Vanaf volgend jaar komt in plaats van de levensloop de vitaliteitsregeling, die soortgelijke mogelijkheden biedt. [dit is Patrick speaking]

Dan het geld. Er valt niet aan te ontkomen: je zult moeten sparen voor zo’n avontuur. Alhoewel, wat kost dat eigenlijk? Welke lasten blijven doorlopen thuis? Toen we het plaatje rond hadden bleken sommige keuzes niet meer haalbaar (een uitstapje Nieuw Zeeland bij voorbeeld). Australië kon wel, maar alleen door een huizenruil. We komen daar later nog op terug.

Door flink na te denken over in welke landen we het verste kunnen komen met ons budget, hebben onze plannen uiteindelijk vorm gekregen. Na maanden aan wilde ideeën spuien, diezelfde plannen relativeren, bijschaven, nieuwe opperen, rekenen en vele, vele uren aan internetbezoeken en reisgidsen uitpluizen zijn vage wensen een concreet reisplan geworden. We hebben zelfs al aardig wat hotels en enkele treinreizen geboekt! Wel wat anders dan de tijd dat we in Kota Kinabalu, in het zuiden van Saba aankwamen en spontaan on the spot besloten om direct door te vliegen naar Sandakan in het noorden, realiseren we ons met enige weemoed, maar dat is wat reizen met kleine kinderen in elk geval aan ons heeft veranderd. En laten we wel wezen: urenlang op een bloedheet busstation rondsjouwen omdat de bus pas vertrekt als het huidige aantal van drie buspassagiers is uitgebreid naar 10 en het volkomen onduidelijk is of en zo ja wanneer die overige 7 komen opduiken, maar je wel aan het eind van de dag de enige trein in 3 dagen die je naar je gewenste bestemmig brengt, heel erg graag wil halen, is ook alleen maar leuk als je er na 5 jaar met een glas wijn op de bank aan terugdenkt. [dit is Noëlle speaking]

Over die concrete plannen in de volgende blogposting meer.

Location:Rijswijk

Nog twee maanden

Over precies twee maanden is het zover: dan stappen we met z’n vieren in een Boeing 777 op weg naar Singapore, op weg voor de grootste trip in het bestaan van het leven van ons gezin.

Voor Matthijs klinken die twee maanden als een eeuwigheid, wij vragen ons vooral af of we alles voor elkaar krijgen wat we voor die tijd nog moeten en willen doen. Alleen al de lijst van vrienden en familie die we nog willen zien voor we vertrekken. De voornemens zijn er, maar ik vrees dat het allemaal een beetje te ambitieus is.

Maar we hebben niet alleen maar op onze luie bips gezeten de afgelopen maanden. Alle vliegtickets zijn gekocht, de correspondentie met Nick en Katrina, de Melburnians(?) die 2,5 maand in ons huis zullen bivakkeren met hun twee zoontjes, is zo’n beetje geïntensiveerd tot tweedagelijks, kattenoppas Marja (‘oh, weegt-ie maar 7 kilo? Dat valt nog mee…’) is bezocht, en Matthijs en Kim hebben hun tweede serie (reis)vaccinaties alweer doorstaan (bij mij is de blauwe plek van de eerste serie van 3 bíjna weggetrokken).

Tussendoor moeten we vooral niet vergeten dat het stiekem ook gewoon ontzettend leuk is om plannen te maken. Hoe lang blijven we in Hanoi? Is het beter een tour van meerdere nachten te boeken in Halong Bay, of willen hebben we het na een nachtje wel gezien? Boeken we de treintreis van Hanoi naar Danang vanuit hier, of reizen we eerst naar Singapore? Welke zuid-Thaise eilanden doen we aan als we van Bangkok naar Singapore treinreizen? Wat doen we in Bangkok Patrick’s verjaardag, in Melbourne op de mijne? Van die dingen. De ‘Universele Reisgids voor Moeilijke Landen’ van Jelle Brandt Corstius is voor de voorbereidingen op situaties waar je hier thuis om gniffelt, maar al rondreizend in de Moeilijke Landen die we nu willen gaan aandoen, toch maar liever niet aan den lijve ondervindt.

In de komende 6 maanden houden we jullie allemaal via deze blog zo veel mogelijk op de hoogte van ons reilen en zeilen. Wie zich afvraagt waarom we dit in hemelsnaam doen met twee kleine kinderen: blijf ons blog vooral volgen. Het zal weldra blijken. Hoop ik. En anders hebben we misschien een saaie middag net iets interessanter gemaakt.


Voorlopig is het voor de kinderen nog volop plonzen in een badje in de tuin in – hopelijk – tropische temperaturen. Kunnen we ons alvast een beetje voorbereiden.